Eiser stond geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van BKR met diverse kredietregistraties en bijzonderheidscoderingen. Na een eerdere procedure waarbij BKR werd bevolen bepaalde coderingen te verwijderen, plaatste BKR een nieuwe codering 9, die eiser betwistte als onrechtmatig en in strijd met de AVG.
Eiser vorderde in kort geding de verwijdering van alle kredietregistraties en bijzonderheidscoderingen, met name codering 9, en stelde dat BKR niet had voldaan aan de transparantie- en informatieplicht zoals vereist door de AVG. BKR voerde verweer dat codering 9 een tijdelijke administratieve markering is en rechtmatig geplaatst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser onvoldoende grond had voor verwijdering van de kredietregistraties zelf en dat een verbod op toekomstige coderingen te ruim was. Wel werd geoordeeld dat BKR niet had voldaan aan de transparantie- en informatieplicht van de AVG, omdat eiser niet was geïnformeerd over de codering 9 en deze niet was opgenomen in het reglement of privacyverklaring. Daarom werd de verwijdering van codering 9 bevolen met een dwangsom bij niet-naleving.
De kosten van de procedure werden aan BKR opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.