ECLI:NL:RBGEL:2022:197

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
18 januari 2022
Zaaknummer
C/05/398576 / KZ ZA 22-3
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na onnodig kort geding over beslag

Apotheek De Gaarde was bij vonnis veroordeeld tot betaling aan [gedaagde partij]. Na weigering tot betaling legde [gedaagde partij] executoriaal derdenbeslag bij ABN AMRO. Dit beslag trof meer dan de vordering en Apotheek De Gaarde verzocht om opheffing of beperking van het beslag.

De gerechtsdeurwaarder van [gedaagde partij] liet weten dat het beslag als opgeheven kon worden beschouwd zodra het verschuldigde bedrag was betaald. Desondanks startte Apotheek De Gaarde kort daarna een kort geding om het beslag op te heffen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat Apotheek De Gaarde het kort geding onnodig had aangevraagd en veroordeelde haar in de proceskosten. Ook werd bepaald dat de proceskosten inclusief griffierecht en salaris rechtshelper worden vergoed, met aanvullende kosten voor advocaat en betekening indien niet binnen veertien dagen aan het vonnis wordt voldaan.

Uitkomst: Apotheek De Gaarde wordt veroordeeld in de proceskosten wegens onnodig gestart kort geding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer / rolnummer: C/05/398576 / KZ ZA 22-3
Vonnis in kort geding van 18 januari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
APOTHEEK DE GAARDE B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. J.J. Douwes te Apeldoorn,
tegen
[gedaagde partij],
h.o.d.n. “ [handelsnaam] ”
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
bijgestaan door mr. G.S.M. Koster te Arnhem.
Partijen zullen hierna Apotheek De Gaarde en [gedaagde partij] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding, uitgebracht op vrijdag 14 januari 2022 om 17.15 uur
  • de e-mail van [gedaagde partij] d.d. 17 januari 2022 inclusief producties
  • de mondelinge behandeling op 18 januari 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 november 2021 is Apotheek De Gaarde veroordeeld om aan [gedaagde partij] te betalen een bedrag van € 13.397,04 te vermeerderen met rente en kosten (hierna: “het vonnis”). Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2.2.
Nadien heeft [gedaagde partij] Apotheek De Gaarde per e-mail verzocht om tot betaling over te gaan. Daaraan heeft Apotheek De Gaarde geen gevolg gegeven.
2.3.
[gedaagde partij] heeft het vonnis bij exploot van 13 december 2021 respectievelijk herstelexploot van 11 januari 2022 aan Apotheek De Gaarde laten betekenen en haar bevolen om tot betaling over te gaan. Daaraan heeft Apotheek De Gaarde evenmin gevolg gegeven.
2.4.
Bij exploot van 12 januari 2022 heeft [gedaagde partij] onder de naamloze vennootschap ABN AMRO N.V. (hierna: “ABN”) executoriaal derdenbeslag gelegd ten laste van Apotheek De Gaarde op alle vorderingen die Apotheek De Gaarde op ABN had of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhoudingen zou verkrijgen (hierna: “het beslag”).
2.5.
Het beslag heeft doel getroffen voor een bedrag dat de vordering van [gedaagde partij] overstijgt.
2.6.
Apotheek De Gaarde heeft [gedaagde partij] vervolgens verzocht om het beslag op te heffen althans te beperken tot het bedrag dat Apotheek De Gaarde uit hoofde van het vonnis verschuldigd is.
2.7.
De gerechtsdeurwaarder van [gedaagde partij] heeft Apotheek De Gaarde per e-mail van vrijdag 14 januari 2022 om 16.21 uur, voor zover relevant, bericht:
“(…) Ik heb de ABN AMRO Bank inmiddels laten weten dat zij het beslag als opgeheven mogen beschouwen nadat zij het totaal verschuldigde van € 20.420,60 aan ons kantoor hebben overgemaakt. (…)”

3.Het geschil

3.1.
Apotheek De Gaarde vordert, na wijziging van eis, dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van zijn vordering stelt Apotheek De Gaarde het volgende. Het beslag heeft doel getroffen voor een bedrag dat de vordering van [gedaagde partij] overstijgt. Ondanks daartoe verzocht te zijn heeft [gedaagde partij] geweigerd het beslag op te heffen, althans te beperken tot de hoogte van zijn vordering inclusief rente en kosten. Dat is onrechtmatig. Apotheek De Gaarde heeft zich hierdoor genoodzaakt gezien om een kort geding te starten en lijdt hierdoor schade. [gedaagde partij] moet worden veroordeeld in de proceskosten van Apotheek De Gaarde.
3.3.
[gedaagde partij] voert als volgt verweer. [gedaagde partij] heeft zich bereid getoond het beslag op te heffen indien en zodra de bank het verschuldigde bedrag aan de gerechtsdeurwaarder had overgemaakt. De kosten voor dit kort geding zijn onnodig veroorzaakt. [gedaagde partij] concludeert tot afwijzing van de vordering van Apotheek De Gaarde, met veroordeling van Apotheek De Gaarde in de proces- en nakosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding ligt uitsluitend nog ter beoordeling voor wie van partijen moeten worden veroordeeld in de proceskosten.
4.2.
Op grond van artikel 237 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. Verder heeft de Hoge Raad bepaald dat een kostenveroordeling niet hoeft te worden gevorderd en zo nodig ambtshalve kan worden gegeven, tenzij de in het gelijk gestelde partij expliciet te kennen heeft gegeven geen kostenveroordeling te verlangen (HR 28 november 1986,
NJ1987, 380).
4.3.
Geoordeeld wordt dat Apotheek De Gaarde zal worden veroordeeld in de proceskosten. Immers, Apotheek De Gaarde heeft dit kort geding onnodig veroorzaakt omdat de gerechtsdeurwaarder van [gedaagde partij] per e-mail van 14 januari 2022 om 16.21 uur heeft laten weten dat het beslag als opgeheven mocht worden beschouwd nadat het verschuldigde bedrag aan hem was overgemaakt. Onder die omstandigheid was het niet langer nodig om in kort geding opheffing van het beslag te vorderen. Toch heeft Apotheek De Gaarde nog diezelfde dag ongeveer een uur later, namelijk om 17.15 uur, de kortgedingdagvaarding aan [gedaagde partij] laten betekenen. Ook nadien heeft Apotheek De Gaarde dit kort geding niet ingetrokken.
4.4.
Ter mondelinge behandeling heeft Apotheek De Gaarde nog aangevoerd dat [gedaagde partij] geen proceskostenveroordeling kan vorderen omdat een eis in reconventie uitsluitend kan worden ingesteld door een advocaat. Dit verweer faalt. Een proceskostenveroordeling kan immers ook ambtshalve worden uitgesproken, nog daargelaten of de conclusie van [gedaagde partij] tot afwijzing van de vorderingen van Apotheek De Gaarde met veroordeling van Apotheek De Gaarde in de proceskosten moet worden aangemerkt als een eis in reconventie.
4.5.
Apotheek De Gaarde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde partij] worden begroot op:
- griffierecht € 309,00
- salaris rechtshelper
1.016,00
Totaal € 1.325,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Apotheek De Gaarde in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij] tot op heden begroot op € 1.325,00,
5.2.
veroordeelt Apotheek De Gaarde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Apotheek De Gaarde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022.
eh/pb