Apotheek De Gaarde was bij vonnis veroordeeld tot betaling aan [gedaagde partij]. Na weigering tot betaling legde [gedaagde partij] executoriaal derdenbeslag bij ABN AMRO. Dit beslag trof meer dan de vordering en Apotheek De Gaarde verzocht om opheffing of beperking van het beslag.
De gerechtsdeurwaarder van [gedaagde partij] liet weten dat het beslag als opgeheven kon worden beschouwd zodra het verschuldigde bedrag was betaald. Desondanks startte Apotheek De Gaarde kort daarna een kort geding om het beslag op te heffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Apotheek De Gaarde het kort geding onnodig had aangevraagd en veroordeelde haar in de proceskosten. Ook werd bepaald dat de proceskosten inclusief griffierecht en salaris rechtshelper worden vergoed, met aanvullende kosten voor advocaat en betekening indien niet binnen veertien dagen aan het vonnis wordt voldaan.