AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Begroting overlijdenschade en vergoeding uit hoofde van SVI-verzekering
In deze civiele procedure vorderen drie eisers vergoeding van overlijdenschade na het overlijden van hun familielid, waarbij aanspraak bestaat uit hoofde van een SVI-verzekering. De rechtbank beoordeelt onder meer de vergoeding voor gederfd levensonderhoud, zelfwerkzaamheid, kost en inwoning, zakgeld en overige schadeposten.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van een van de eisers tot vergoeding van gederfd levensonderhoud niet toewijsbaar is, omdat zij haar inkomen uit eigen arbeid ontving en niet door de overledene werd onderhouden. Voor een andere eiser wordt de vergoeding van zakgeld en kost en inwoning begroot op basis van een redelijke verdeling van vaste en variabele kosten binnen het huishouden.
De rechtbank verwerpt het scenario van een stijgend bedrijfsresultaat na het overlijden en gaat uit van een gelijkblijvend resultaat over vijf jaren. Verder worden bedragen toegekend voor verlies aan zelfwerkzaamheid, gemiste administratieve werkzaamheden, huishoudelijke hulp en redelijke buitengerechtelijke kosten. De totale toegewezen schadevergoeding bedraagt €49.448,92, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst een schadevergoeding van €49.448,92 toe aan eisers, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Voetnoten
4.Thans zijn 9 jaartermijnen verschenen (2013 tot en met 2021), waarvan 5 van € 912,00 (2013 tot en met
5.Thans zijn 9 jaartermijnen van € 250,00 verschenen, in totaal een bedrag van € 2.250,00. De verschenen wettelijke rente over deze jaartermijnen bedraagt in totaal € 240,28 (€ 50,67 + € 43,17 + € 35,92 + € 30,92 + € 25,92 + € 20,92 + € 15,92 + € 10,92 + € 5,92). De verschenen schade is dan in totaal € 2.490,28 (€ 2.250,00 + € 240,28). Totdat [overledene] 75 zou zijn geworden resteren thans nog 10 jaartermijnen (2022 tot en met 2031) van € 250,00. Uitgaande van een rekenrente van 0% is de huidige contante waarde van de eerste 5 te verschijnen termijnen gelijk aan de som van deze 5 termijnen; een bedrag van € 1.250,00. De huidige contante waarde van de 5 daarna te verschijnen termijnen bedraagt op basis van de rekenrente van 1% in totaal € 1.154,46 (€ 235,51 + € 233,18 + € 230,87 + € 228,58 + € 226,32). In totaal is dat € 4.894,74 (€ 2.490,28 + € 1.250,00 + € 1.154,46).
6.Dit betreft 9 jaartermijnen van € 750,00 die in de jaren 2023 t/m 2031 zullen verschijnen. Uitgaande van een rekenrente van 0% is de huidige contante waarde van de eerste 4 te verschijnen termijnen (2023 t/m 2026) gelijk aan de som van deze 4 termijnen; een bedrag van € 3.000,00. De huidige contante waarde van de 5 daarna te verschijnen termijnen (2027 t/m 2031) bedraagt op basis van de rekenrente van 1% in totaal € 3.463,40 (€ 706,53 + € 699,54 + € 692,61 + € 685,75 + € 678,97). In totaal is dat € 6.463,40 (€ 3.000,00 + € 3.463,40).