Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 oktober 2020
- de akte uitlating van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] van 18 november 2020
- de akte van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] van 18 november 2020
- de akte met producties 30 t/m 52 van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] van 6 april 2021
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 6 april 2021
- de conclusie na getuigenverhoor tevens akte overlegging producties 53 t/m 80 van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie]
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor tevens akte eiswijziging in reconventie van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]
- de antwoordakte eiswijziging van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] .
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
Nieuwe ontwikkelingen en eiswijziging in reconventie
“Dit betekent dat het door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] ‘ingelegde’ bedrag neerkomt op NLG 75.000 plus NLG 35.418 = NLG 110.418”. De rechtbank merkt dit aan als een gerechtelijke erkentenis zoals bedoeld in artikel 154 Rv Pro. Anders dan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] betoogt heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 15 april 2020 niet louter op basis van uitlatingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] aangenomen dat hij ƒ 79.000,00
- verkrijgingskosten/aankoopkosten € 5.546,54
- kosten landmeting € 1.800,75
- eigenaarslasten