Bierens Advocaten voerde incassowerkzaamheden uit voor een vordering van bijna €400.000,- namens een besloten vennootschap. De vergoeding was gebaseerd op een resultaatafhankelijk tarief, waarbij een minimum uurtarief was vermeld. Na gedeeltelijke betaling door de debiteur en intrekking van de opdracht ontstond discussie over de hoogte en rechtmatigheid van de declaratie en het achterhouden van gelden op een derdenrekening.
De wederpartij betwistte de bevoegdheid van de vertegenwoordiger die de opdracht gaf, de rechtmatigheid van de resultaatafhankelijke beloning, en stelde dat Bierens tekortgeschoten was in de nakoming, onder meer door betaling op de derdenrekening te vragen en onvoldoende te informeren. Tevens werd het conservatoir beslag op de derdenrekening aangevochten als onrechtmatig.
De rechtbank oordeelde dat de schijn van volmacht bestond en dat Bierens gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de opdracht. De resultaatafhankelijke beloning is civielrechtelijk geldig, ook al zou deze gedragsrechtelijk niet zijn toegestaan. Bierens mocht haar tarief over het volledige geïncasseerde bedrag berekenen. Er was geen tekortkoming in de uitvoering van de opdracht. Het conservatoir beslag was rechtmatig omdat Bierens het bedrag niet kon beschikken en het beslag diende ter behoud van haar verhaalsmogelijkheden.
De vordering van Bierens tot betaling van €45.947,20, vermeerderd met rente en kosten, werd toegewezen. Het verzoek tot opheffing van het beslag werd afgewezen. De wederpartij werd veroordeeld in proceskosten en beslagkosten.