ECLI:NL:RBGEL:2022:2248
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling na veroordeling moord, verkrachting en doodslag
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen voor moord, verkrachting en doodslag. De reguliere datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) was 26 juli 2021. De officier van justitie verzocht om uitstel van VI met drie jaar vanwege het ontbreken van een adequaat re-integratieplan en onvoldoende inzicht in het recidiverisico.
De rechtbank liet een nieuw psychiatrisch en psychologisch onderzoek uitvoeren, maar de veroordeelde trok halverwege zijn medewerking in, waardoor een volledig beeld van zijn persoonlijkheid en recidiverisico ontbreekt. Diverse rapporten wijzen op vermoedens van een ernstige persoonlijkheidsstoornis, maar door de beperkte medewerking blijft het beeld onduidelijk.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende basis is voor uitstel en dat het recidiverisico onvoldoende onderbouwd is, maar de rechtbank oordeelt dat zonder medewerking geen effectieve voorwaarden kunnen worden gesteld om recidive te voorkomen. De rechtbank wijst de vordering van het OM toe en stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit met 1.095 dagen, oftewel drie jaar.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde wordt uitgesteld met drie jaar wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek en onduidelijkheid over recidiverisico.