In deze zaak vordert een paardeneigenaresse schadevergoeding van een Belgische dierenkliniek wegens een vermeende tekortkoming bij een operatie aan haar dressuurpaard. De eigenaresse stelt dat de operatie onder narcose werd uitgevoerd terwijl was afgesproken dat dit staand zou gebeuren, waardoor het paard ernstig letsel opliep. Zij beroept zich op bijzondere bevoegdheidsregels voor consumentenovereenkomsten uit de herschikte EEX-verordening om de Nederlandse rechter bevoegd te laten zijn.
De dierenkliniek voert aan dat de rechtbank niet bevoegd is vanwege een forumbeding dat de Belgische rechter van Gent aanwijst als bevoegde rechter en dat de eigenaresse geen consument is. De rechtbank onderzoekt of de eigenaresse als consument kan worden aangemerkt. Gelet op haar professionele en langdurige betrokkenheid bij internationale dressuursport, haar deelname aan kampioenschappen, en haar profilering als professionele amazone, concludeert de rechtbank dat zij handelt in een beroepsmatige hoedanigheid.
Daarmee is geen sprake van een consumentenovereenkomst en kan de eigenaresse geen beroep doen op de bijzondere bevoegdheidsregels. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het geschil en veroordeelt de eigenaresse in de proceskosten van de dierenkliniek.