ECLI:NL:RBGEL:2022:2376
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting voormalig werkgever
De rechtbank Gelderland heeft op 12 mei 2022 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor oplichting van zijn voormalig werkgever. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €265.108.
Uit het bewijs, waaronder het proces-verbaal van politie Oost-Nederland, blijkt dat de veroordeelde tussen 1 januari 2009 en 30 juli 2014 door listige kunstgrepen geldbedragen van in totaal €265.108 heeft verkregen van het slachtoffer. Dit bedrag werd overgemaakt naar bankrekeningen van de veroordeelde zelf en van derden, waarmee hij daadwerkelijk voordeel behaalde.
De rechtbank acht het wederrechtelijk verkregen voordeel bewezen en legt de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Er wordt geen aftrek toegepast voor schending van de redelijke termijn, omdat de strafzaak dit reeds compenseerde en de verdachte deels zelf verantwoordelijk is voor de vertraging.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de maximale duur van gijzeling, zoals bedoeld in artikel 6:6:25 Wetboek Pro van Strafvordering, drie jaar bedraagt. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is veroordeeld tot betaling van €265.108 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.