ECLI:NL:RBGEL:2022:2386
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhoogde kindervrijstelling erfbelasting wegens onvoldoende onderhoud
Eiser, geboren in 1992 en gehandicapt met recht op een Wajong-uitkering, is erfgenaam van zijn vader die in mei 2020 overleed. Bij de aangifte erfbelasting werd een beroep gedaan op de verhoogde kindervrijstelling van € 62.830, bedoeld voor kinderen die grotendeels op kosten van de overledene werden onderhouden en door ziekte of gebrek niet in staat zijn om ten minste de helft van het normale arbeidsinkomen te verdienen.
De Belastingdienst paste echter de reguliere kindervrijstelling toe van € 20.946, waardoor een aanslag erfbelasting van € 5.522 werd opgelegd. De rechtbank moest beoordelen of eiser aan de voorwaarde voldeed dat hij grotendeels op kosten van zijn vader werd onderhouden, wat inhoudt dat minimaal 50% van zijn levensonderhoud door de overledene werd gedragen.
De rechtbank concludeerde dat eiser met zijn Wajong-uitkering van ruim € 15.000 per jaar in belangrijke mate zelf in zijn levensonderhoud voorzag, terwijl de totale kosten van levensonderhoud circa € 16.830 bedroegen. Hierdoor werd niet voldaan aan het criterium van grotendeels onderhouden zijn. De verhoogde kindervrijstelling werd daarom niet toegekend en het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt dat de verhoogde kindervrijstelling een verzorgingsgedachte bevat en bedoeld is voor kinderen die financieel afhankelijk waren van de overledene. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag erfbelasting wordt ongegrond verklaard omdat hij niet grotendeels op kosten van de overledene werd onderhouden.