Uitspraak
[verzoekster 3], te [woonplaats]
Rechtbank Gelderland
Verzoekers, die ieder een visserijbedrijf exploiteren en met een zegen brasem vangen op het IJsselmeer, hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin hun zegendagen werden gereduceerd van zeven naar twee per seizoen 2021-2022. De minister baseert deze reductie op artikel 29 van Pro de Uitvoeringsregeling visserij, ingevoerd op 5 oktober 2021, en op drie rapporten van Wageningen University & Research die wijzen op een ernstig slecht brasembestand.
Verzoekers betwisten de juistheid en volledigheid van deze rapporten en overleggen eigen rapporten die een minder somber beeld schetsen. De voorzieningenrechter oordeelt dat een inhoudelijke beoordeling van deze bezwaren in de voorlopige voorziening niet passend is en dat de bezwaarprocedure en eventueel beroep daartoe beter geschikt zijn.
Bij de belangenafweging weegt het belang van de minister om het brasembestand te beschermen zwaarder dan het financiële belang van verzoekers. Gezien de mogelijkheid van schadevergoeding bij onrechtmatigheid en alternatieve werkzaamheden voor verzoekers, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De reductie blijft dus van kracht totdat de bezwaarprocedure is afgerond.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de reductie van zegendagen worden afgewezen.