Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 juli 2021,
- het verkort proces-verbaal van descente en mondelinge behandeling van 3 november 2021,
- het bericht van ieder van partijen van 9 februari 2022, waarin zij vonnis vragen.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een geschil tussen eigenaren van aangrenzende percelen over het gebruik van een oprit, het uitzicht van ramen en de bouw op een mandelige muur.
De eiser stelde dat geen erfdienstbaarheid van overpad op de oprit was ontstaan en vorderde onder meer een verbod op gebruik van de oprit door de gedaagde. De gedaagde stelde dat door meer dan 20 jaar gebruik en zicht een erfdienstbaarheid van overpad en uitzicht was ontstaan door bevrijdende verjaring.
De rechtbank oordeelde dat de oprit slechts als houderschap werd gebruikt en geen ondubbelzinnig bezit van een erfdienstbaarheid was genomen, zodat geen verjaring had plaatsgevonden. Wel was een erfdienstbaarheid van uitzicht ontstaan voor de etalageramen die al decennialang aanwezig zijn. De vordering tot verwijdering van ramen in een scheidingswand werd toegewezen, tenzij deze ondoorzichtig worden gemaakt. De vorderingen tot aanwijzing van een noodweg en bouw op de mandelige muur werden afgewezen.
Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. S.J. Peerdeman en op 25 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Geen erfdienstbaarheid van overpad door verjaring, wel erfdienstbaarheid van uitzicht voor etalageramen; verwijdering van ramen in scheidingswand bevolen.