Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 januari 2022;
- de akte na tussenvonnis met vermeerdering van eis van [eiser];
- de akte na tussenvonnis van [gedaagde];
- de antwoordakte van [eiser];
- de antwoordakte van [gedaagde].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiser vervangende schadevergoeding van gedaagde wegens tekortkomingen in de nakoming van een aannemingsovereenkomst, met name gebreken aan de dakconstructie en het risico van aanwezige asbest.
Eiser stelt dat de door gedaagde geplaatste schuifpui niet conform de overeenkomst is en dat gedaagde nalatig was in het melden en zorgvuldig verwijderen van asbesthoudend materiaal. Gedaagde betwist de tekortkomingen en stelt dat eiser voordeel heeft gehad door bespaarde kosten voor asbestsanering.
De rechtbank oordeelt dat de schuifpui niet aan de overeenkomst voldoet en kent een bedrag toe ter verrekening. Tevens wordt geoordeeld dat eiser kosten heeft bespaard doordat gedaagde nalatig was in de asbestmelding en -verwijdering, waardoor een voordeelstoerekening van €5.300 wordt toegepast. De vordering tot vergoeding van gestegen bouwkosten wordt afgewezen. Daarnaast worden kosten voor rapporten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van in totaal €44.442,71 aan vervangende schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van proceskosten en nakosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €44.442,71 vervangende schadevergoeding met rente en kosten.