Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder.
Procesverloop
“Indien de rechtbank zowel de door eiser als de door verweerder bepleite waarde niet aannemelijk zou vinden, wat is volgens eiser dan de waarde in het economische verkeer?” Daarnaast is verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op de reactie van eiser.
Overwegingen
De woningen zijn in het eerste kwartaal van 2014 gesloopt en werden tot die tijd gebruikt als kantoor en voor bandenopslag. Na de sloop is de grond in gebruik als verkoopterrein.
€ 26.184 en in 2015 € 28.624. Na de sloop van de woningen is de huurovereenkomst met het autobedrijf schriftelijk vastgelegd. Bij deze huurovereenkomst is ook de heer [naam 6] , de andere (indirecte) aandeelhouder van het autobedrijf, betrokken geweest.
(875 m²) met de bestemming bedrijven, waarbij geen rekening is gehouden met de eventueel gesloopte opstallen. Voor situatie II is door [naam 8] de waarde in het economisch verkeer per 31 december 2012 vastgesteld op € 500.000. Situatie II betreft een kavel grond (875 m²) met hierbij aanwezig een dubbel woonhuis (bedrijfswoningen) met ondergrond en overige grond, bestemming bedrijven. De economische huurwaarde is bepaald op € 13.125 per jaar. Eiser heeft niet ingestemd met het concepttaxatierapport; om die reden is er geen definitief taxatierapport opgesteld.
Met dagtekening 22 februari 2020 is aan eiser de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 opgelegd. Het tbs-resultaat is gecorrigeerd naar € 7.810 en als volgt berekend:
Met dagtekening 22 februari 2020 is aan eiser de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 opgelegd. Het tbs-resultaat is gecorrigeerd naar € 13.364 en als volgt berekend:
31 december 2012 is getaxeerd op € 460.000.
€ 560.000 vermeerderd met de overdrachtsbelasting van € 11.200, en subsidiair op
€ 469.200 (€ 460.000 vermeerderd met 2% overdrachtsbelasting ad € 9.200). Hij onderbouwt deze waarden met het op 13 januari 2022 overgelegde taxatierapport van [naam 9] . Volgens eiser dienen de volledige rentelasten in aanmerking te worden genomen bij het bepalen van het tbs-resultaat, wat voor 50% aan eiser wordt toegerekend.
€ 155.000 bedraagt. In het taxatierapport van [naam 8] wordt voor de waardebepaling uitgegaan van bouwrijpe industriegrond. Met het argument van eiser, dat het perceel aan de [adres 2] ‘buurmans grond’ betreft, wordt in het rapport geen rekening gehouden. Het komt de rechtbank echter aannemelijk voor dat dit een waardeverhogende omstandigheid is. Ook verweerder zelf heeft op dit punt onvoldoende aangevoerd. Dit maakt dat naar het oordeel van de rechtbank verweerder ook de door hem bepleite waarde niet aannemelijk heeft gemaakt. De verwijzing naar de WOZ-waarde leidt niet tot een ander oordeel.
€ 2.574, in aanmerking genomen in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Indien voor het overige rekening wordt gehouden met een (niet meer in geschil zijnde huur) van
€ 6.562, een afschrijving van nihil en de toepasselijke tbs-vrijstelling, wordt het resultaat uit overige werkzaamheden € 1.091 lager dan in de navorderingsaanslag voor dat jaar. Gelet hierop dient de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 te worden verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 107.089. De rendementsgrondslag in box 3 ondergaat ook een wijziging, omdat door de gewijzigde step-upwaarde 54% van de schulden tot het tbs-vermogen gaat behoren. Maar de grondslag blijft negatief. Het belastbaar inkomen in box 3 ondergaat voor dat jaar om die reden geen wijziging en blijft nihil.
€ 2.605 (54% van € 4.824) in aanmerking genomen in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Indien voor het overige rekening wordt gehouden met een (niet meer in geschil zijnde huur) van € 6.562, een afschrijving van nihil en de toepasselijke tbs-vrijstelling, wordt het resultaat uit overige werkzaamheden € 1.729 lager. Gelet hierop dient de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 te worden verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.235. De rendementsgrondslag in box 3 ondergaat ook een wijziging, omdat door de gewijzigde step-upwaarde 54% van de schulden tot het tbs-vermogen gaat behoren en komt uit op € 95.074. Omdat hiertegen geen gronden zijn aangevoerd, wordt evenals in de navorderingaanslag de gehele grondslag toegerekend aan de man en komt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen voor het jaar 2015 op € 3.803.
Proceskosten
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 tot een aanslag berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 107.089 ;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 tot een aanslag berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 88.939;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 tot een aanslag berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 69.235 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.803;
- vermindert de beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.341;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 96 aan eiser dient te vergoeden.
mr. L.Y. Gramsbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.