ECLI:NL:RBGEL:2022:2717
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende en kwaliteit zorg bij afwijzing persoonsgebonden budget Wmo 2015
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Gelderland het beroep van een zorgverlener behandeld tegen de afwijzing van een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank heeft eerst onderzocht of de zorgverlener als belanghebbende kan worden aangemerkt. Zij oordeelde dat de zorgverlener alleen belanghebbende is voor zover de afwijzing van het pgb is gebaseerd op onvoldoende kwaliteit van de zorg die hij levert. Andere afwijzingsgronden, zoals het niet kunnen uitvoeren van pgb-taken door de cliënt of de kwaliteit van de pgb-beheerder, raken de zorgverlener niet rechtstreeks.
Inhoudelijk heeft de rechtbank geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel zich in redelijkheid heeft kunnen baseren op een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om te concluderen dat de kwaliteit van de zorg onvoldoende was. De rechtbank benadrukte dat het toetsingskader van de IGJ anders is dan dat van het college, maar dat de bevindingen van de IGJ relevant en feitelijk van aard zijn. De zorgverlener kon onvoldoende aantonen dat de zorg veilig, doeltreffend en cliëntgericht werd geleverd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op de afwijzing van de maatwerkvoorziening begeleiding groep, omdat de zorgverlener daarvoor geen belanghebbende was. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor de maatwerkvoorziening begeleiding groep en ongegrond voor het overige; het pgb is terecht afgewezen wegens onvoldoende kwaliteit van de zorg.