Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder.
Procesverloop
[persoon B] . Namens verweerder zijn [persoon C] , [persoon D] en
[persoon E] verschenen.
Overwegingen
Schenking
[eiseres]
8 maart 2019, heeft verweerder op pagina 9 het volgende vermeld:
De behaalde winsten worden niet aangewend ten behoeve van een ander vrijgesteld
Het jaar 2016 kent inderdaad een verlies, maar dit verlies wordt veroorzaakt doordat eiseres aan haar oprichter de heer [gemachtigde] in dat jaar een vergoeding, dan wel schenking heeft gegeven van € 220.000 voor zijn werkzaamheden vanaf de oprichting. Deze verstrekking ziet dus op vele jaren en kan om die reden voor de Vpb niet alleen aan het jaar 2016 worden toegerekend.
(…)”
- eiseres een onderneming drijft in de zin van artikel 2, eerste lid, letter e, van de
Wet Vpb en, zo ja, of eiseres subjectief is vrijgesteld in de zin van artikel 5, letter c, van de Wet Vpb (de zorgvrijstelling);
€ 220.000 een zakelijk belang dient.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, naar objectieve maatstaf beoordeeld, niet kan worden geoordeeld dat eiseres jegens [gemachtigde] een dringende morele verplichting had van een zodanige aard dat naleving daarvan naar maatschappelijke opvattingen als voldoening aan een aan [gemachtigde] toekomende prestatie moet worden aangemerkt. Noch uit de (jaar)stukken, noch uit bovengenoemde verklaringen ter zitting maakt de rechtbank op dat er in de voorliggende jaren voor eiseres een (dringende morele) verplichting bestond om aan [gemachtigde] een vergoeding voor in het verleden verrichte werkzaamheden te betalen. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat niet aannemelijk is dat een ANBI [10] zich naar maatschappelijke opvattingen gedrongen kan voelen een uitkering te doen aan haar oprichter. Het doel van een ANBI is juist om haar vermogen aan te wenden in de sfeer van het algemeen nut. Het primaire standpunt van eiseres slaagt derhalve niet.
Beslissing
mr. L.L van Benthem, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.