ECLI:NL:RBGEL:2022:3244
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens disproportionele hoogte en bevestiging overtreding bestemmingsplan
Eiseres gebruikte een perceel en gebouw voor activiteiten die volgens het college in strijd waren met het bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning. Het college legde haar een last onder dwangsom op om dit gebruik te beëindigen. Eiseres stelde dat er geen overtreding was en dat de dwangsom onduidelijk en disproportioneel hoog was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de geldige omgevingsvergunning van 26 april 2016 leidend was, waarin het gebruik als kerkelijk centrum was toegestaan, maar niet als multifunctioneel centrum. Activiteiten zoals trainingen, workshops en concerten vielen niet onder deze vergunning en waren ook niet toegestaan volgens het bestemmingsplan. Daarmee was sprake van een overtreding.
Het college moest handhavend optreden omdat er geen concreet zicht op legalisering was en geen bijzondere omstandigheden die handhaving zouden uitsluiten. De last onder dwangsom was voldoende duidelijk geformuleerd. Wel was de hoogte van de dwangsom onvoldoende gemotiveerd en disproportioneel. De rechtbank stelde de dwangsom daarom lager vast op € 10.000 per overtreding met een maximum van € 100.000.
De voorzieningenrechter vernietigde het bestreden besluit voor zover het de dwangsom betrof, herroept het eerdere besluit over de dwangsom en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de hoogte van de dwangsom wordt verlaagd tot € 10.000 per overtreding met een maximum van € 100.000.