Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van 30 maart 2022 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
- de schriftelijke reactie van de rechter;
- de wrakingszitting van 25 april 2022.
Rechtbank Gelderland
In deze procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M. Engelbert-Clarenbeek, rechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid na een afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de behandeling van een civiele zaak.
Verzoeker stelde dat de rechter ten onrechte oordeelde dat het risico van onvoldoende voorbereiding door de verandering van gemachtigde voor zijn rekening kwam, wat volgens hem een eerlijk proces in de weg stond. De rechter was niet ter zitting verschenen, maar had schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. Procedurele beslissingen zoals het afwijzen van een verzoek tot aanhouding kunnen in beginsel geen grond voor wraking vormen, tenzij de beslissing zo onbegrijpelijk is dat dit een aanwijzing voor partijdigheid vormt.
De kamer oordeelde dat de rechter een belangenafweging had gemaakt tussen het belang van verzoeker, de voortgang van de zaak en het belang van de wederpartij. Het feit dat het uitstelverzoek werd afgewezen en dat de rechter de situatie met de vorige gemachtigde voor rekening van verzoeker bracht, vormt geen reden om partijdigheid te vermoeden.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.