ECLI:NL:RBGEL:2022:3392
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs diefstal en verduistering in dienstbetrekking
Verdachte werd beschuldigd van diefstal door middel van valse sleutels en verduistering in dienstbetrekking over de periode van 1 januari 2007 tot en met 16 maart 2012, waarbij een bedrag van circa €112.592,43 van het slachtoffer zou zijn weggenomen. Het Openbaar Ministerie werd partieel niet-ontvankelijk verklaard voor feiten die meer dan twaalf jaar voor de dagvaarding plaatsvonden, vanwege verjaring.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs aanwezig was dat verdachte zonder toestemming geld of goederen van het slachtoffer had weggenomen. Verdachte erkende geld en boodschappen te hebben gehaald, maar stelde dit steeds in opdracht van het slachtoffer te hebben gedaan. Het slachtoffer zelf werd niet gehoord, waardoor niet kon worden vastgesteld dat verdachte zich wederrechtelijk had toegeëigend.
De civiele vordering tot schadevergoeding werd eveneens niet ontvankelijk verklaard omdat het strafrechtelijk tenlastegelegde niet bewezen werd verklaard. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten voor de periode na 10 april 2009 en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor de periode daarvoor.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en het Openbaar Ministerie is partieel niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.