ECLI:NL:RBGEL:2022:3393
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Gelderland behandelde op 4 juli 2022 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal door middel van valse sleutels en verduistering in dienstbetrekking. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €74.342,42, aangepast van een eerdere vordering van €112.592,43, vanwege gedeeltelijke verjaring van de feiten.
Tijdens de openbare terechtzitting werd de vordering besproken, waarbij de raadsman van verdachte betoogde dat de vordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak in de strafzaak en de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie voor het verjaarde deel van de feiten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en oordeelde dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel daarom moest worden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen.