In deze civiele zaak tussen Tavela B.V. en Knipscheer Rail-Infra B.V. draait het om een geschil over meerwerk bij explosievenonderzoek bij paallocatie 6. Tavela vordert betaling voor meerwerk, maar Knipscheer Rail-Infra betwist de juistheid van het onderzoek en stelt dat de meting onjuist is uitgevoerd, waardoor onterecht meerwerk werd verricht.
De rechtbank oordeelt dat Tavela onvoldoende heeft onderbouwd dat het onderzoek correct en conform wet- en regelgeving is uitgevoerd. De afwijkende grafiek bij paallocatie 6 is niet overtuigend verklaard, en deskundigenrapporten ondersteunen de stelling van Knipscheer Rail-Infra dat de meting te laat is gestart en uitgerekt is. Hierdoor is sprake van dwaling bij Knipscheer Rail-Infra bij het aangaan van de overeenkomst voor meerwerk.
De vordering van Tavela tot betaling van het meerwerk wordt daarom afgewezen. In reconventie vordert Knipscheer Rail-Infra schadevergoeding voor de door haar geleden schade door het onjuist uitgevoerde onderzoek. De rechtbank wijst deze vordering deels toe, met name de redelijke kosten voor deskundigenonderzoek en overleg met ProRail, en veroordeelt Tavela tot betaling van € 4.211,93 plus wettelijke rente.
Proceskosten worden deels toegewezen; Tavela wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Knipscheer Rail-Infra, terwijl de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.