Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 maart 2022
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 11 mei 2022 .
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een civiele zaak waarin de eisers, drie dochters van een overleden erflater, vorderden dat de executeur van de nalatenschap van hun moeder de wettelijke rente zou betalen over geldvorderingen uit de nalatenschap van hun vader. Tevens werd gevorderd dat de executeur bepaalde stukken zou overleggen en dat de rechten van stiefkinderen uit het testament van de moeder zouden worden beperkt wegens dwaling.
De feiten betroffen een ouderlijke boedelverdeling volgens een testament uit 2002, waarbij de moeder een geregistreerd partnerschap was aangegaan met een nieuwe partner die twee kinderen uit een eerder huwelijk had. De moeder had in haar testament van 2010 haar eerdere uiterste wilsbeschikkingen herroepen en de wettelijke boedelverdeling met haar partner geregeld, waarbij ook diens kinderen als erfgenamen werden benoemd.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke rente over de geldvorderingen verschuldigd is conform het testament van de vader en dat de overgangsregels van het erfrecht van toepassing zijn. Het beroep op strijd met redelijkheid en billijkheid en op matiging werd verworpen. De vordering tot betaling van rente en overleg van belastingaangifte werd toegewezen. Het beroep op dwaling om de rechten van de stiefkinderen uit te sluiten werd afgewezen, mede omdat de executeur had verklaard zijn testament niet te hebben gewijzigd. De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De executeur wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over geldvorderingen en tot overleg van belastingstukken, terwijl het beroep op dwaling wordt afgewezen.