ECLI:NL:RBGEL:2022:3563
Rechtbank Gelderland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig wegens ontbreken dringende reden
De werknemer werd op 1 maart 2022 op staande voet ontslagen nadat hij boos was geworden over de loonbetaling tijdens zijn quarantaineperiode. Hij had een woedeaanval waarbij hij met voorwerpen gooide en schreeuwde, maar er was geen agressie gericht tegen personen. De werkgever stelde dat dit gedrag een dringende reden vormde voor ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen van de werknemer, hoewel onacceptabel, geen dringende reden voor ontslag opleverden. Daarbij werd meegewogen dat de werknemer mogelijk in zijn recht stond omtrent de loonbetaling, dat hij al bijna 12 jaar in dienst was zonder eerdere waarschuwingen, en dat hij zich in een moeilijke persoonlijke situatie bevond. Ook ontbrak het aan een eerlijk wederhoor en was het ontslag niet onverwijld medegedeeld.
De arbeidsovereenkomst eindigde daardoor niet rechtsgeldig, waardoor de werkgever gehouden is tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en een billijke vergoeding. De billijke vergoeding werd vastgesteld op basis van het inkomensverlies over de periode juni en juli 2022, aangezien de arbeidsovereenkomst bij een ontbindingsverzoek per 1 augustus 2022 zou zijn geëindigd.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig verklaard en werkgever is veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten.