ECLI:NL:RBGEL:2022:4013
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken aanvraag omgevingsvergunning en toekenning schadevergoeding redelijke termijnoverschrijding
Eiser heeft op 20 maart 2018 een schetsplan ingediend dat volgens hem als aanvraag om een omgevingsvergunning moest worden aangemerkt. Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland stelde dat het slechts een beoordeling van een schetsplan betrof en geen formele aanvraag. De rechtbank oordeelt dat het voor het college niet duidelijk was dat sprake was van een aanvraag om een omgevingsvergunning, mede gelet op de inhoud van de ingediende stukken en de communicatie van het college.
De rechtbank sluit aan bij eerdere jurisprudentie dat alleen een zelfstandig stuk dat duidelijk een aanvraag betreft, als zodanig kan worden aangemerkt. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard. Daarnaast verzoekt eiser om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd, wat een overschrijding betekent.
Op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens kent de rechtbank eiser een immateriële schadevergoeding van € 500 toe. Tevens worden proceskosten van € 379,50 aan eiser toegekend, welke door de Staat moeten worden vergoed. De rechtbank veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van deze bedragen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.