Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
Ten aanzien van de aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft de raadsman bepleit dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de tenlastegelegde feiten voor wat betreft deze aangevers dateren van voor de inwerkingtreding van artikel 326e Sr. Voor het subsidiair tenlastegelegde moet verdachte ten aanzien van deze aangevers worden vrijgesproken, omdat niet bewezen kan worden dat gebruik is gemaakt van de in artikel 326 Sr Pro bedoelde oplichtingsmiddelen.
3.De bewezenverklaring
of omstreeksde periode van 1 december 2017 tot en met 31 juli 2020 te 's-Hertogenbosch,
of omstreeks16 september 2019, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 45,- (ten behoeve van een Samsung S5 telefoon) en
/of
of omstreeks30 december 2019, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 120,- (ten behoeve van een Sonos Play 1 luidspreker) en
/of
of omstreeks30 januari 2020, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 70,- (ten behoeve van een Sonos Play 1 luidspreker) en
/of
of omstreeks18 februari 2020, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 81,75 (ten behoeve van een Samsung S7 Edge telefoon) en
/of
of omstreeks20 maart 2020, heeft bewogen tot
/afgiftevan een geldbedrag van € 70,- (ten behoeve van een paar Meindl schoenen) en
/of
of omstreeks13 mei 2020, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan
/of
of omstreeks13 mei 2020, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 30,- (ten behoeve van Sony Playstation 4 camera),
;
betaling/afgifte van een geldbedrag van € 70,- (ten behoeve van een paar Meindl schoenen) en/of
een geldbedrag van € 29,- (ten behoeve van een Sony Playstation 4 spel) en/of
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf
De militaire kamer beseft dat de oplegging van een straf die hoger is dan de maxima uit het VGB-beleid van Defensie kan leiden tot intrekking van de VGB van verdachte en uiteindelijk tot ontslag. Hieraan is in dit geval evenwel geen doorslaggevend gewicht toegekend in het voordeel van verdachte, omdat de militaire kamer van oordeel is dat de ernst van de gepleegde feiten een straf rechtvaardigen die hoger is dan de maxima uit het VGB-beleid. De militaire kamer heeft hierbij betrokken dat de oplegging van een hogere straf niet automatisch leidt tot intrekking van de VGB, maar een eigen bestuursrechtelijke beoordeling vergt waarbij rekening wordt gehouden met alle specifieke omstandigheden van het geval. Deze beoordeling behoeft wat de militaire kamer betreft niet in het nadeel van verdachte uit te vallen.
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
- [slachtoffer 2] : een bedrag van € 150,40, voor een horloge;
- [slachtoffer 3] : een bedrag van € 130,-, voor een horloge;
- [slachtoffer 4] : een bedrag van € 130,-, voor een horloge;
- [slachtoffer 5] : een bedrag van € 452,97, voor een telefoon;
- [slachtoffer 8] : heeft geen bedrag genoemd, voor een telefoon.
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van € 81,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 8] , een bedrag te betalen van € 81,75 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen twee dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.