Uitspraak
[vader kind 2],
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
[kind 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
[kind 2], geboren op [geboortedatum] 2010. [kind 2] is erkend door [vader kind 2] en de moeder en [vader kind 2] zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 2] . [vader kind 2] woont (nu nog) in [land] . De moeder en [vader kind 2] staan in goed contact met elkaar. Ook de vader staat goed in contact met [vader kind 2] . De vader speelt al sinds 2012 een grote rol in het leven van [kind 2] .
3.Het verzoek
4.Het verweer en tevens zelfstandig verzoek
5.Het verweer tegen de zelfstandige verzoeken
6.De standpunten van de ouders
7.Het standpunt van de belanghebbende
8.Het advies van de Raad
9.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie in overleg;
- de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van het kind, zijn/haar mening en de mate waarin het kind geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
de moeder heeft de noodzaak om te verhuizen onvoldoende onderbouwd;De moeder voert aan dat zij moet verhuizen omdat de gezamenlijke woning van de ouders verkocht is en op [datum] 2022 moest worden opgeleverd. De moeder heeft tijdelijke woonruimte kunnen vinden in [tijdelijke woonplaats moeder] , waar zij tot eind augustus 2022 kan verblijven. De noodzaak om te moeten verhuizen is dan ook aanwezig en dat wordt ook niet door de vader betwist. Dat maakt echter niet dat er automatisch sprake is van een noodzaak om te verhuizen specifiek naar [nieuwe woonplaats moeder] . De moeder voert aan dat zij er alles aan gedaan heeft om woonruimte in de omgeving [woonplaats moeder] / [woonplaats vader] te zoeken en dat zij zich tot het uiterste heeft ingespannen. De vader betwist dat echter en hij voert aan dat de moeder weliswaar afspraken heeft gemaakt om meerdere woningen te bezichtigen, maar dat betekent niet dat de moeder die woningen daadwerkelijk ook heeft bezichtigd. De moeder stelt dat er tijdens de periode van haar zoektocht er slechts twee woningen te koop stonden in de regio [woonplaats vader] , terwijl de vader een uitdraai van Funda overlegt waarbij er 21 woningen te koop stonden in [woonplaats vader] en de nabije regio. De vader betwist dan ook het standpunt van de moeder dat er geen woningen beschikbaar zijn. De rechtbank volgt de vader in dit standpunt. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd wat de noodzaak is om met specifiek naar [nieuwe woonplaats moeder] te verhuizen. De moeder voert weliswaar aan dat zij een beste vriendin heeft wonen in [nieuwe woonplaats moeder] , maar het sociale netwerk van de kinderen speelt zich voornamelijk af in de regio [woonplaats moeder] / [woonplaats vader] . Daarnaast is de moeder werkzaam als zelfstandig ondernemer en voor het uitvoeren van haar werkzaamheden is zij niet afhankelijk van een locatie. Ze heeft zelfs aangegeven haar werkzaamheden vanuit [land] te kunnen uitvoeren, dus ook voor haar werk heeft de moeder geen noodzaak om te verhuizen naar [nieuwe woonplaats moeder] .
10.De beslissing
- [kind 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2010;