Uitspraak
mr. Bernardus Franciscus Maria Knüppein hun hoedanigheid van curator van de
naamloze vennootschap DSB Bank N.V. in faillissement, h.o.d.n. Finqus
[gedaagde sub 2]
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert DSB Bank N.V. in faillissement, vertegenwoordigd door haar curator, betaling van een openstaande vordering op [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. De vordering betreft een krediet dat volgens DSB per 1 december 2009 vervroegd is opgeëist. Uit het overgelegde betalingsbewijs blijkt dat het openstaande bedrag op die datum €19.328,54 bedroeg, inclusief kredietvergoeding.
De rechtbank neemt de datum van opeising 1 december 2009 als uitgangspunt en constateert dat vanaf die datum wettelijke consumentenrente is berekend. Na vermindering van eis vordert DSB een hoofdsom van €12.934,29 en een rente van €909,32 tot de dagvaarding, welke bedragen onderbouwd zijn met een renteberekening. De rechtbank wijst deze bedragen toe en veroordeelt de gedaagden hoofdelijk tot betaling.
Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van DSB vastgesteld en toegewezen, waarbij het salaris van de gemachtigde wordt gematigd conform het toegewezen bedrag. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €13.843,61 plus wettelijke rente en proceskosten aan DSB Bank.