Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid van de rechter, onder meer gebaseerd op het gebruik van beeldmateriaal buiten het procesdossier en vermeende banden tussen de rechter en de advocaat van de wederpartij.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend. De mondelinge behandeling waarbij de feiten die tot het verzoek leidden zich voordeden, vond plaats op 13 juni 2022, terwijl het verzoek pas op 23 juni 2022 werd ingediend. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor deze vertraging.
Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter bestaat. De rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en er waren geen bijzondere omstandigheden die dit vermoeden konden weerleggen.
De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.