ECLI:NL:RBGEL:2022:4748

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 juli 2022
Publicatiedatum
12 augustus 2022
Zaaknummer
C/05/405615 KG RK 22-488
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid van de rechter, onder meer gebaseerd op het gebruik van beeldmateriaal buiten het procesdossier en vermeende banden tussen de rechter en de advocaat van de wederpartij.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend. De mondelinge behandeling waarbij de feiten die tot het verzoek leidden zich voordeden, vond plaats op 13 juni 2022, terwijl het verzoek pas op 23 juni 2022 werd ingediend. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor deze vertraging.

Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter bestaat. De rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en er waren geen bijzondere omstandigheden die dit vermoeden konden weerleggen.

De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer / rekestnummer: C/05/405615 / KG RK 22-488
Beslissing van 28 juli 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te Apeldoorn,
verzoeker,
advocaat mr. D. Beumer te Apeldoorn,
tegen
mr. M. ENGELBERT-CLARENBEEK,
rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: “de rechter”.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de e-mail van de advocaat van verzoeker van 23 juni 2022, waarmee verzoeker om wraking van de rechter heeft verzocht,
  • de brief van de rechter van 4 juli 2022, waarmee de rechter heeft geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek,
  • de mondelinge behandeling op 25 juli 2022 ter gelegenheid waarvan verzoeker een brief aan de rechtbank heeft overgelegd en voorgedragen. Deze brief wordt geacht deel uit te maken van het procesdossier.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de dagvaardingsprocedure bij deze rechtbank, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Apeldoorn met kenmerk
9648076 \ CV EXPL 22-272. In die procedure vordert [belanghebbende] als eisende partij (onder andere) een veroordeling tot betaling van een dwangsom indien verzoeker een kortgedingvonnis overtreedt dat op 9 december 2019 tussen partijen is gewezen door de voorzieningenrechter van deze rechtbank. In dat kortgedingvonnis is het verzoeker (onder meer) verboden om zich beledigend, intimiderend of dreigend over [belanghebbende] uit te laten.
2.2.
Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek het volgende ten grondslag gelegd. De rechter heeft kennisgenomen van beeldmateriaal op internet dat geen deel uitmaakt van het procesdossier. Ter mondelinge behandeling heeft de rechter afkeurend gereageerd op de inhoud van dit beeldmateriaal. Verzoeker heeft ter mondelinge behandeling onvoldoende gelegenheid gekregen om zijn standpunten nader toe te lichten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [belanghebbende] opgemerkt dat hij de rechter “al heel lang” kende en uit de reactie daarop van de rechter heeft verzoeker afgeleid dat dit het geval is. Verzoeker vermoedt dat de rechter en de advocaat van [belanghebbende] lid zijn van hetzelfde kerkgenootschap.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek geldt als uitgangspunt dat een rechter alleen kan worden gewraakt als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Daarnaast moet het verzoek tot wraking worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat hij toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen.
3.3.
Geoordeeld wordt dat het verzoek tot wraking in deze zaak te laat is ingediend. De mondelinge behandeling van de procedure waarin tot wraking is verzocht heeft namelijk plaatsgehad op 13 juni 2022. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek heeft verzoeker laten weten dat hij al op de mondelinge behandeling van 13 juni 2022 geen goed gevoel had bij de rechter. Het is ook tijdens die mondelinge behandeling geweest, dat alle gestelde feiten zich hebben voorgedaan waarop verzoeker zijn wrakingsverzoek baseert. Dit betekent dat verzoeker zijn wrakingsverzoek op 13 juni 2022, of anders uiterlijk kort daarna, had moeten indienen. De advocaat van verzoeker heeft echter pas per e-mail van 23 juni 2022 om wraking van de rechter verzocht. Verzoeker heeft over dit tijdsverloop aangevoerd dat hij op 16 juni 2022 een zitting heeft bijgewoond bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Volgens verzoeker kreeg hij bij het gerechtshof, anders dan bij de rechter, wel voldoende gelegenheid om zijn standpunten toe te lichten. Verzoeker heeft aangevoerd dat dit hem aan het denken heeft gezet. Dit moge zo zijn, maar dan nog resteert een tijdsverloop van zeven dagen tussen de zitting bij het gerechtshof en de indiening van het wrakingsverzoek. Voor dit tijdsverloop heeft verzoeker geen redelijke verklaring gegeven, ook niet nadat de wrakingskamer hem hierom expliciet heeft gevraagd. Het verzoek is daarom te laat ingediend en verzoeker kan dus niet worden ontvangen in zijn verzoek.
3.4.
Ten overvloede wordt overwogen dat ook als het wrakingsverzoek wel tijdig zou zijn ingediend, het niet zou zijn toegewezen. Het is de wrakingskamer namelijk, na bestudering van de stukken en gehoord de toelichting van verzoeker, niet gebleken dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees hiervoor objectief gerechtvaardigd is. Omdat dit een overweging ten overvloede betreft, wordt volstaan met deze beknopte motivering.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Schippers, mr. E. Boerwinkel en mr. M.J.H. Schuurman, rechters, in tegenwoordigheid van [griffier] , griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2022.
(de griffier is buiten staat te ondertekenen) de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.