Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek gedateerd op 7 juli 2022, dat op 11 juli 2022 aan de rechtbank is gezonden;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 12 juli 2022.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. F.M.Th. Quaadvliet, rechter in een kort gedingzaak, omdat hij meende dat de rechter vooringenomen was en bewijs onterecht had geweigerd. De mondelinge behandeling vond plaats op 30 juni 2022, met uitspraak gepland op 14 juli 2022. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 11 juli 2022 ingediend, elf dagen na de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het ontstaan van de omstandigheden moet worden ingediend om te voorkomen dat een mogelijk bevooroordeelde rechter verdere proceshandelingen verricht. Verzoeker gaf geen redelijke verklaring voor de vertraging. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en kon de inhoudelijke beoordeling achterwege blijven.
Daarnaast richtten enkele bezwaren zich op een andere zaak, wat niet relevant was voor de onpartijdigheid van de rechter in deze procedure. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder redelijke verklaring.