ECLI:NL:RBGEL:2022:4782
Rechtbank Gelderland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens frustratie aanwezigheidsrecht verdachte door uitzetting
Op 28 juni 2022 vond de terechtzitting plaats tegen verdachte die niet aanwezig was omdat hij op 8 juni 2022 naar Duitsland was uitgezet in het kader van de Dublin-regeling wegens illegaal verblijf. De rechtbank constateerde dat het Openbaar Ministerie (OM) verdachte had gedagvaard terwijl het wist dat uitzetting zou volgen, wat het aanwezigheidsrecht van verdachte ernstig belemmerde.
De officier van justitie gaf aan dat uitzetting normaal gesproken geen belemmering vormt voor aanwezigheid bij de zitting en dat verdachte geen aanvraag had ingediend om aanwezig te zijn. De raadsman verklaarde echter geen contact te hebben gehad met verdachte over deze zaak en was niet gemachtigd voor deze zitting.
Uit e-mails bleek dat het OM bewust had gehandeld door de uitzetting pas na betekening van de dagvaarding te laten plaatsvinden, waarbij verdachte zelf verantwoordelijk werd gesteld voor zijn aanwezigheid bij de zitting. De rechtbank oordeelde dat dit geen incidentele fout was, maar een stelselmatige praktijk van het OM, wat het fundamentele aanwezigheidsrecht van verdachte schond.
Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 17 juni 2021 te Nijmegen goederen had weggenomen bij Albert Heijn. Gezien de bijzondere omstandigheden en eerdere straf werd volstaan met schuldigverklaring zonder strafoplegging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het frustreren van het aanwezigheidsrecht van verdachte door uitzetting tijdens de strafzaak.