Uitspraak
1.[gedaagde 1]
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
Op 14 oktober 2019 sloten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een persoonlijke leningsovereenkomst met BNP Paribas Personal Finance B.V. ter hoogte van €15.500 tegen 9,4% rente, af te lossen in 120 maandelijkse termijnen van €196,52. Na betalingsachterstanden en ingebrekestelling vorderde BNP het volledige restantbedrag ineens op 22 december 2020.
BNP vorderde bij de rechtbank Gelderland betaling van €15.463,10 plus wettelijke rente en proceskosten, stellende dat het opeisingsbeding in de algemene voorwaarden rechtsgeldig was toegepast. De gedaagden verschenen niet en voerden geen verweer.
De rechtbank oordeelde dat het opeisingsbeding niet voldeed aan de vereisten van artikel 7:77 BW Pro, omdat het beding te ruim was en niet aansloot bij de wettelijke eis dat de consument ten minste twee maanden achterstallig moet zijn in betaling van een vervallen termijnbedrag. Hierdoor was het beding nietig en kon BNP het volledige restant niet opeisen. De vordering werd afgewezen en BNP werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van BNP Paribas wordt afgewezen wegens nietig verklaard opeisingsbeding.