ECLI:NL:RBGEL:2022:5012

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 april 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
C/05/399960 / KG RK 22-101
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid en bejegening

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter bij de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, met het argument dat de rechter onvoldoende oog had voor het bewijs dat zij wilde inbrengen en haar vijandig bejegende. Tevens maakte zij bezwaar tegen het vermelden van de naam van de rechter in poststukken.

De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden indien er sprake is van omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid aantasten, zoals vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De kamer stelde vast dat het feit dat de rechter wilde nadenken over het bewijsaanbod en niet direct besloot, geen aanwijzing is voor partijdigheid. Ook het vermelden van de naam van de rechter in poststukken is gebruikelijk en conform het procesreglement.

De klacht over vijandige bejegening werd niet in behandeling genomen binnen de wrakingsprocedure, aangezien hiervoor een aparte klachtprocedure bestaat. Omdat verzoekster geen concrete feiten aanvoerde die de schijn van partijdigheid ondersteunen, werd het wrakingsverzoek afgewezen.

De beslissing werd mondeling uitgesproken op 11 april 2022 en schriftelijk vastgelegd op 20 april 2022. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Uitspraak

Proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/399960 / KG RK 22-101
proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 11 april 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg,
rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 11 februari 2022, waarin de gronden tot wraking zijn vermeld;
de schriftelijke reactie van de rechter van 15 maart 2022;
de wrakingszitting van 11 april 2022 waarbij verzoekster en de rechter zijn verschenen.
1.2.
Ter zitting heeft de wrakingskamer mondeling uitspraak gedaan, die in uitgewerkte vorm, met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, als volgt luidt.

2.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

3.De beoordeling

3.1.
De wrakingskamer geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
Verzoekster heeft- kort samengevat- het volgende aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft volgens verzoekster tijdens de mondelinge behandeling te weinig oog gehad voor het bewijs dat verzoekster in het geding wilde brengen. Aangezien het een absolute voorwaarde voor verzoekster was dat zij dit bewijs kon inbrengen, duidde het feit dat de rechter hier over wilde nadenken, in plaats van het bewijs direct toe te staan, op (de schijn van) partijdigheid. Daarnaast bejegende de rechter haar vijandig volgens verzoekster. Tot slot is het volgens verzoekster onnodig dat in de poststukken van de rechtbank de naam van de rechter wordt genoemd.
zaaknummer: C/05/399960/ KG RK 22-101
2
3.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.
3.4.
In het algemeen geldt het volgende. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.5.
In deze zaak heeft verzoekster een drietal gronden voor haar wrakingsverzoek aangevoerd. Verzoekster heeft aan haar wrakingsverzoek onder andere ten grondslag gelegd dat de rechter wilde nadenken over haar bewijsaanbod in plaats van het bewijs direct toe te staan. De wrakingskamer is van oordeel dat hieruit niet de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid. De rechter heeft namelijk nog geen beslissing genomen over het bewijs en zij is ook niet verplicht om
meteen tijdens de zitting te beslissen op een degelijk verzoek. De (objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid kan evenmin worden afgeleid uit het feit dat in poststukken van de rechtbank de naam wordt genoemd van de rechter. Dit is een omstandigheid waar de rechter zelf geen invloed op heeft. Bovendien is het noemen van de naam van de rechter, zoals de rechter terecht aanvoert, in overeenstemming met het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken. Tot slot heeft verzoekster aangevoerd dat zij zich vijandig bejegend voelde door de rechter. Voor dergelijke klachten is de wrakingsprocedure niet bedoeld. Verzoekster kan over de wijze van bejegening door de rechter desgewenst een klacht indienen bij het gerechtsbestuur. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in deze bejegening (de schijn van) partijdigheid van de rechter besloten ligt, zijn gesteld noch gebleken.
3.6.
Om deze redenen wordt het wrakingsverzoek dan ook afgewezen.
Deze mondelinge beslissing is gegeven door mr. A. Tegelaar, voorzitter, mr. A.S.W. Kroon en mr. M.A
.van Leeuwen, leden, in tegenwoordigheid van de griffier […] en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2022 en vastgelegd op 20 april 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.