Uitspraak
[eiser]
[gedaagde 1]
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
€ 23.625,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2022 (met een maximum van € 25.000,00) en de proces- en nakosten.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert een uitzendbureau betaling van facturen voor uitzendkrachten die in de periode 2014-2018 aan een schoonmaakbedrijf zijn ter beschikking gesteld. De facturen uit 2017 werden pas in 2020, drie jaar na dato, aan het schoonmaakbedrijf gestuurd. Het schoonmaakbedrijf betwist de vordering en vraagt om nadere specificaties van de facturen, die het uitzendbureau niet adequaat verstrekt.
De rechtbank overweegt dat het uitzendbureau als opdrachtnemer op grond van artikel 7:403 BW Pro de plicht heeft om informatie te verschaffen over de verrichte werkzaamheden en dat het op de uitzendbureau rust om de stelplicht te vervullen dat de facturen terecht zijn. Door het late tijdstip van facturering en het ontbreken van duidelijke en concrete informatie over de gewerkte uren, projecten en personen kan het schoonmaakbedrijf de vordering niet controleren.
De rechtbank concludeert dat het uitzendbureau niet aan haar stelplicht heeft voldaan en wijst de vordering af. Tevens wordt het uitzendbureau veroordeeld in de proceskosten. De beslissing benadrukt het belang van tijdige en duidelijke facturering en het zorgvuldig onderbouwen van vorderingen in civiele procedures.
Uitkomst: De vordering van het uitzendbureau wordt afgewezen wegens niet-naleving van de stelplicht bij late facturering.