ECLI:NL:RBGEL:2022:5440

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 september 2022
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
08/177431-20 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplichtigheid aan oplichting Defensie

De rechtbank Gelderland heeft op 12 september 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplichtigheid aan oplichting van het Ministerie van Defensie.

De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €153.146,18, dat tijdens de zitting werd aangepast naar €144.725,18. Veroordeelde, die eerder veroordeeld was tot een taakstraf van 100 uur wegens medeplichtigheid aan oplichting, stelde zich op het standpunt dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen wegens een vordering van het benadeelde Ministerie van Defensie.

De rechtbank stelde vast dat het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel €153.363,18 bedroeg, bestaande uit eigen oplichtingswinst en voordeel uit oplichting en valsheid gepleegd door haar echtgenoot. Na aftrek van kosten van €8.638,00 werd het ontnemingsbedrag vastgesteld op €144.725,18. De rechtbank hield geen rekening met de vordering van het Ministerie van Defensie, omdat deze nog niet onherroepelijk was en niet was voldaan. De betalingsverplichting geldt behoudens reeds voldane bedragen. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 1080 dagen.

Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €144.725,18 aan wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplichtigheid aan oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 08/177431-20 (ontneming)
Datum uitspraak : 12 september 2022
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortejaar 1988] in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsvrouw: mr. P.M. Breukink, advocaat in Arnhem.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 153.146,18.

2.De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden bepaald op € 144.725,18 .
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen, omdat door het Ministerie van Defensie een vordering benadeelde partij is ingediend en het daarvoor toe te kennen bedrag in mindering kan worden gebracht op de ontnemingsvordering.

3.De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 12 september 2022 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd, is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren.
Voor de berekening van het de opbrengsten en de kosten neemt de rechtbank tot uitgangspunt wat is opgenomen in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. [1]
Opbrengsten
Veroordeelde heeft door middel van bewezenverklaarde oplichting wederrechtelijk ontvangen een bedrag van € 35.658,95. Daarnaast heeft zij wederrechtelijk voordeel genoten uit de gepleegde oplichting en valsheid en geschrift door haar echtgenoot [mede-veroordeelde] met wie zij in gemeenschap van goederen is getrouwd en met wie zij één huishouden vormt. Dit voordeel is berekend op € 113.662,99 en € 4.041,24. Het in totaal verkregen voordeel bedraagt derhalve € 153.363,18.
Kosten
Uit het ontnemingsrapport is gebleken dat veroordeelde kosten heeft gemaakt die van voormeld bedrag moeten worden afgetrokken. Deze bedragen € 199,00. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie er op gewezen dat veroordeelde ook andere kosten heeft gemaakt, ten bedrage van € 8.439,00. De in totaal gemaakte kosten bedragen derhalve € 8.638,00.
Vordering benadeelde partij het Ministerie van Defensie
Anders dan de raadsvrouw van veroordeelde heeft bepleit, zal de rechtbank geen rekening houden met de in de strafzaak toegewezen vordering benadeelde partij van het Ministerie van Defensie tot een bedrag van € 35.658,95. Het bepaalde in artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorziet dat van voordeelsontneming geen sprake meer moet zijn indien en voor zover de schade die door het strafbare feit is ontstaan, reeds door de veroordeelde is vergoed. In dit geval is deze toewijzing nog niet onherroepelijk en daarnaast is de vordering nog in het geheel niet voldaan. De verrekening met de vordering benadeelde partij kan, indien deze is voldaan, plaatsvinden in de executiefase.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het door de veroordeelde totaal wederrechtelijk verkregen voordeel vast € 153.363,18 - € 8.638,00 =
€ 144.725,18.

4.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 144.725,18;
  • legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
  • bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 1080 dagen;
- de veroordeelde is tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel verplicht, behoudens voor zover aan deze betalingsverplichting reeds door of namens een ander is voldaan.
Aldus gegeven door mr. M. Duifhuizen (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van D.P.H. Snellink, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september 2022.

Voetnoten

1.Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, onderzoeksnummer 27DAD190003/27MELBA (p. 218-238).