In deze civiele procedure tussen een besloten vennootschap (eiseres) en vier andere besloten vennootschappen (gedaagden) staat een auteursrechtinbreuk centraal. Eiseres vordert inzage in 35 documenten en opgave van het gebruik van computerprogramma’s waarvan zij auteursrechthebbende is.
De rechtbank overweegt dat eiseres een rechtmatig belang heeft bij inzage, omdat zij wil vaststellen welke personen betrokken zijn bij de vermeende inbreuk en de omvang daarvan. De gevraagde documenten zijn specifiek afgebakend en hebben voldoende verband met het geschil. De rechtbank acht de rechtsbetrekking tussen partijen aannemelijk, mede op basis van een verklaring waarin erkenning is gegeven van omzeilingshandelingen.
De vordering tot opgave wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van inbreuk. Eiseres mag de documenten inzien en krijgt een machtiging om deze bij de gerechtelijk bewaarder op te vragen indien gedaagden niet vrijwillig aan de inzageverplichting voldoen. Beslissingen over proceskosten worden aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.