ECLI:NL:RBGEL:2022:5646

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
4 oktober 2022
Zaaknummer
C/05/402738 / JE RK 22-512
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige met afwijzing verder verzoek

De kinderrechter van Rechtbank Gelderland heeft op 22 september 2022 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinshuis te verlengen tot 22 oktober 2022. Dit besluit volgt op een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland (GI) die een langere uithuisplaatsing noodzakelijk acht vanwege onvoldoende zicht op de draagkracht van de moeder.

De moeder voert verweer tegen dit verzoek en toont aan dat zij reeds hulp heeft opgestart voor haar persoonlijke verzorging en huishoudelijke ondersteuning, die medio oktober zal starten. De kinderrechter oordeelt dat het gebrek aan zicht op de draagkracht van de moeder vooral te wijten is aan personele problemen bij de GI en niet aan de moeder zelf.

De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de huishoudelijke hulp is gestart voordat de minderjarige volledig terugkeert naar de moeder, zodat de moeder zich beter kan richten op verzorging en opvoeding. Tevens wordt de machtiging slechts kort verlengd om de overgang voor de minderjarige geleidelijk te laten verlopen. Het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 22 oktober 2022 en het resterende verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/402738 / JE RK 22-512
Datum uitspraak: 22 september 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, locatie Arnhem,

hierna te noemen: de GI,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. P.P.E. Buchele, te Arnhem.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 mei 2022:
- de ondertoezichtstelling verlengd tot 26 mei 2023,
- de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis verlengd tot 26 september 2022,
- de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing aangehouden.
De kinderrechter heeft daarna ontvangen:
  • de brief van de GI van 9 september 2022,
  • de brief van de moeder van 16 september 2022.
De mondelinge behandeling is voortgezet op 22 september 2022. Verschenen zijn:
- de minderjarige [minderjarige] , die apart is gehoord,
- de moeder, bijgestaan door mr. P.P.E. Buchele,
- twee vertegenwoordigers van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[minderjarige] verblijft in een gezinshuis.

Het verzoek van de GI

De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI heeft het verzoek gehandhaafd. [minderjarige] is gewisseld van gezinshuis en dit is een goede stap geweest. Het contact tussen de moeder en de gezinshuisouders verloopt goed en ook het contact met de pleegzorgwerker verloopt goed. De GI heeft, mede door een wisseling van gezinsvoogden, nog steeds onvoldoende zicht op de draagkracht van de moeder. Uit de stukken van de advocaat blijkt wel dat door de moeder goede stappen zijn gezet bij het regelen van ondersteuning thuis, maar dit geeft de GI nog niet voldoende zekerheid dat de situatie goed genoeg is voor [minderjarige] .

Het standpunt van de moeder

De moeder voert verweer tegen het verzoek. Zij en [minderjarige] mogen niet de dupe worden van het tijdsgebrek bij de GI. De moeder krijgt twee keer per dag Thuiszorg voor haar lichamelijke verzorging. Op 15 oktober 2022 start [naam hulp 1] met hulp in de huishouding. Bovendien is [naam hulp 2] betrokken om de moeder te ondersteunen bij praktische regelzaken. Tot slot verlopen de weekenden goed. De moeder ziet geen noodzaak tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.

De beoordeling

De kinderrechter zal de machtiging tot 22 oktober 2022 verlengen en de rest van het verzoek afwijzen.
Tijdens de vorige zitting is een korte machtiging verleend, omdat de moeder goede stappen heeft gezet naar meer stabiliteit. De kinderrechter wilde kijken hoe de situatie bij moeder in haar nieuwe woning zich verder zou ontwikkelen en hoe het zou gaan op het moment dat de kinderen vaker thuis zouden zijn.
De GI geeft aan dat er nog steeds onvoldoende zicht is op de draagkracht van de moeder, maar dat ligt vooral aan personeelsproblemen bij de GI en is niet de moeder aan te rekenen. De kinderrechter is van oordeel dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat het thuis nog niet goed genoeg is voor [minderjarige] . De moeder heeft, onderbouwd met stukken, aangetoond dat er hulp is opgestart om haar te ondersteunen bij haar persoonlijke verzorging en het huishouden. De kinderrechter ziet daarom onvoldoende aanleiding om het zware middel van de machtiging tot uithuisplaatsing nog veel langer te laten voortduren.
Wel acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de hulp in de huishouding is gestart voordat [minderjarige] weer volledig bij haar moeder gaat wonen. Dat geeft de moeder meer ruimte en energie om zich te richten op de verzorging en opvoeding van [minderjarige] en haar broer en voorkomt dat de kinderen dit soort taken te veel gaan overnemen. Deze hulp start half oktober. Bovendien is het wenselijk dat de komende maand de contactmomenten tussen [minderjarige] en de moeder worden uitgebreid, zodat [minderjarige] afscheid kan nemen van het gezinshuis en rustig kan wennen aan een volledig verblijf thuis. De kinderrechter verlengt de machtiging daarom tot 22 oktober 2022.

De beslissing

De kinderrechter:
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis tot 22 oktober 2022;
- verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2022 door mr. S.W. Kuip, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 september 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.