ECLI:NL:RBGEL:2022:5663

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 oktober 2022
Publicatiedatum
5 oktober 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 988
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen afwijzing WIA-uitkering

Eiseres diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en het primaire besluit werd herroepen. Hierdoor ontvangt eiseres vanaf juni 2020 een IVA-uitkering.

Naar aanleiding van deze nieuwe beslissing trok eiseres het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die zij in bezwaar en beroep had gemaakt. Het UWV reageerde niet op dit verzoek, en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en dat de gemaakte proceskosten, begroot op €1.841,- voor rechtsbijstand, vergoed moesten worden. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €49,- rechtstreeks bij het UWV geclaimd moet worden. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.841,- aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Inloopteam Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 21/988

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Eiseres A] , uit [plaats B] , eiseres

(gemachtigde: mr. E. Düsünceli),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: A. van Klaveren-Drost).

Procesverloop

Met het besluit van 16 juli 2020 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen.
Met het besluit van 12 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Op 4 juli 2022 heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar van eiseres alsnog gegrond is verklaard, (
de rechtbank begrijpt) het primaire besluit is herroepen en is beslist dat eiseres vanaf 9 juni 2020 een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) ontvangt.
Met de brief van 13 juli 2022 heeft eiseres haar beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaar- en beroepsprocedure.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75Awb in de kosten worden veroordeeld.
2. Eiseres heeft bij intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten in de bezwaar- en beroepsprocedure, bestaande uit de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van eiseres.
4. In het nieuwe besluit van 4 juli 2022 heeft het UWV geen beslissing genomen over de vergoeding van de door eiseres in bezwaar gemaakte proceskosten.
5. Het UWV heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten in bezwaar en in beroep niet bestreden. Onder deze omstandigheden wordt aanleiding gevonden om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb het UWV te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep heeft moeten maken. De rechtbank heeft de kosten in verband met verleende rechtsbijstand met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.841,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting in bezwaar, met een waarde per punt van € 541,- en een wegingsfactor 1, en 1 punt voor het indienen van een beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Dit leidt ertoe dat het UWV, nu van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken, dient te vergoeden een bedrag van € 1.841,-.
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door eiseres betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Eiseres zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.841,-
Deze uitspraak is gedaan op 3 oktober 2022 door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Zwager, griffier
.
griffier
rechter
De rechter is niet in staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.