Eiseres diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en het primaire besluit werd herroepen. Hierdoor ontvangt eiseres vanaf juni 2020 een IVA-uitkering.
Naar aanleiding van deze nieuwe beslissing trok eiseres het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die zij in bezwaar en beroep had gemaakt. Het UWV reageerde niet op dit verzoek, en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en dat de gemaakte proceskosten, begroot op €1.841,- voor rechtsbijstand, vergoed moesten worden. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €49,- rechtstreeks bij het UWV geclaimd moet worden. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten aan eiseres.