ECLI:NL:RBGEL:2022:5672

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
5 oktober 2022
Zaaknummer
9934642
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:61 lid 2 BWArt. 6:228 lid 1 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging koopovereenkomst omgekatte kampeerwagen wegens dwaling

De VOF kocht in 2019 een kampeerwagen die later bleek te zijn omgekat, met een vals Voertuig Identificatie Nummer en verkeerde kentekenplaten. De kampeerwagen werd in 2019 in beslag genomen en in 2021 onttrokken aan het verkeer. De VOF vernietigde de koopovereenkomst en vorderde terugbetaling van de koopsom van €14.000, vermeerderd met rente en incassokosten.

De gedaagde stelde dat hij de kampeerwagen al had verkocht en dat er geen volmacht was verleend aan de tussenpersoon die de verkoop regelde. De rechtbank oordeelde dat de VOF erop mocht vertrouwen dat de volmacht aanwezig was, mede omdat de kampeerwagen op naam van de gedaagde stond geregistreerd en de tussenpersoon beschikte over het kentekenbewijs en tenaamstellingscode.

De rechtbank verwierp het beroep op wederzijdse dwaling omdat partijen niet over dezelfde verkeerde voorstelling van zaken dachten. Wel was sprake van eenzijdige dwaling van de VOF over de hoedanigheid van de kampeerwagen, veroorzaakt door onjuiste informatie van de gedaagde via de tussenpersoon. Daarom werd de koopovereenkomst vernietigd en de gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitkomst: De koopovereenkomst van de omgekatte kampeerwagen is vernietigd en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 9934642 \ CV EXPL 22-4220 \ 42693
Vonnis van 5 oktober 2022
in de zaak van
[eiser],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] of de VOF
gemachtigde: mr. M.J.W. van Osch,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 juli 2022;
- de mondelinge behandeling van 7 september 2022.
1.2.
Namens [gedaagde] is op de dag van de mondelinge behandeling om aanhouding verzocht. Dit verzoek is afgewezen en de zaak is, zonder aanwezigheid van [gedaagde] , behandeld.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen kennen elkaar niet, ze hebben elkaar nooit ontmoet.
2.2.
In 2019 stond een Ford Transit kampeerwagen in de stalling van [naam eigenaar stalling] . Deze kampeerwagen werd door [naam handelaar] , die vertelde dat hij namens [gedaagde] handelde, bij de vennoten van de VOF onder de aandacht gebracht, aangezien zij interesse hadden in de aanschaf van een kampeerwagen.
2.3.
Nadat de vennoten van de VOF de kampeerwagen hadden bekeken en een testrit hadden gemaakt, is er onderhandeld over de prijs met/via [naam handelaar] . Partijen zijn een prijs van € 14.000,00 overeengekomen.
2.4.
Op 27 mei 2019 is de koopsom cash betaald door de VOF aan [naam handelaar] en kreeg de VOF van [naam handelaar] het kentekenbewijs op naam van [gedaagde] en de tenaamstellingscode van de kampeerwagen. De VOF heeft de kampeerwagen diezelfde dag laten overschrijven op haar naam.
2.5.
Vanaf 2016 tot dat moment van overschrijving stond de kampeerwagen bij de RDW geregistreerd op naam van [gedaagde] .
2.6.
De VOF heeft de kampeerwagen in juli 2019 laten keuren. Toen bleek dat een vals Voertuig Identificatie Nummer was aangebracht en dat de kentekenplaten niet bij deze kampeerwagen hoorden. De kampeerwagen bleek dus te zijn omgekat. Op 1 augustus 2019 is de kampeerwagen om die reden door de politie in beslag genomen.
2.7.
Nadat de VOF tevergeefs had geklaagd over inbeslagname, is de kampeerwagen bij beschikking van 28 december 2021 door de rechtbank Midden-Nederland onttrokken aan het verkeer.
2.8.
Bij aangetekende brief van 26 april 2022 van de advocaat van de VOF aan [gedaagde] is de overeenkomst vernietigd en heeft de VOF aan [gedaagde] verzocht om € 14.000,00 terug te betalen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
a. a) voor recht zal worden verklaard dat [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd;
b) [gedaagde] zal worden veroordeeld tot het betalen van € 14.000,00, vermeerderd met wettelijke rente;
c) ten dele de werking van de vernietiging wordt ontzegd voor wat betreft bezitsverschaffing, en overschrijving van het kentekenbewijs;
subsidiair
d) de koopovereenkomst gedeeltelijk – voor wat betreft de betaling van de koopsom van € 14.000,00 – wordt ontbonden;
e) [gedaagde] zal worden veroordeeld tot het betalen van € 14.000,00, vermeerderd met wettelijke rente;
zowel primair als subsidiair
f) [gedaagde] wordt veroordeeld om aan de VOF € 915,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen;
g) [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten en in de nakosten.
3.2.
De VOF blijkt, terwijl zij dat niet wist, een omgekatte kampeerwagen te hebben gekocht, die inmiddels is vernietigd. Zij heeft dus voor niets € 14.000,00 betaald. De VOF wil haar geld terug.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Kern
4.1.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
De VOF heeft van [gedaagde] een omgekatte kampeerwagen gekocht.
De koop is om die reden vernietigd en [gedaagde] moet de koopsom aan de VOF terugbetalen.
Wel koopovereenkomst
4.2.
Volgens [gedaagde] is er door hem geen koopovereenkomst gesloten met de VOF. [gedaagde] betoogt dat hij het voertuig in 2019 al had verkocht aan [naam eigenaar stalling] en dat hij [naam handelaar] niet kent. [gedaagde] bestrijdt daarmee dat hij [naam handelaar] een volmacht heeft verleend om namens hem de kampeerwagen te verkopen.
4.3.
De VOF stelt daar terecht tegenover dat [gedaagde] wel de eigenaar was en dat zij er door de omstandigheden op heeft vertrouwd dat er sprake was van een toereikende volmacht.
4.4.
In artikel 3:61 lid 2 BW Pro staat:
Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.
Toegepast op deze zaak betekent dat dat [gedaagde] geen beroep kan doen op het ontbreken van een volmacht als de VOF er op heeft vertrouwd - en dit ook mocht - dat die volmacht er wel was.
4.5.
De hierna volgende (onweersproken) omstandigheden - in samenhang gezien - onderbouwen de stelling over het eigendom en de volmacht die voor risico komt van [gedaagde] :
- De kampeerwagen was ten tijde van de koop bij de RDW geregistreerd op naam van [gedaagde] ;
- [naam handelaar] beschikte over het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode, waardoor de kampeerwagen kon worden overgeschreven;
- [naam handelaar] benoemde dat hij in naam van [gedaagde] optrad en liet bij de prijsonderhandeling weten dat hij dat met [gedaagde] had besproken;
- De kampeerwagen stond op het terrein van een voor de vennoten bekende derde;
- Nadat de kampeerwagen bleek te zijn omgekat, heeft [gedaagde] - hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid was - geen verklaring gegeven voor het feit dat [naam handelaar] over zijn kentekenbewijs en de daaraan verbonden tenaamstellingscode beschikte.
4.6.
Het staat gezien het voorgaande vast dat [gedaagde] de eigenaar was van de kampeerwagen ten tijde van de verkoop. Deze onderbouwde stelling is door [gedaagde] namelijk niet in voldoende mate nader bestreden. Verder kan [gedaagde] tegenover de VOF geen beroep doen op het ontbreken van de volmacht. Er is dus sprake van een koopovereenkomst tussen partijen.
Beroep op dwaling slaagt
4.7.
De VOF stelt dat zowel zij als [gedaagde] er bij het sluiten van de koopovereenkomst niet van op de hoogte waren dat de kampeerwagen was omgekat, in die zin dat het geen originele kampeerwagen was. [gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord echter aangevoerd dat hij überhaupt nooit een kampeerwagen in zijn bezit heeft gehad, enkel een busje. Partijen hebben in die zin dus niet over dezelfde verkeerde voorstelling van zaken gedwaald. Het beroep op wederzijdse dwaling gaat daarom niet op.
4.8.
Uit de door de VOF onweersproken aangevoerde feiten en omstandigheden kan wel worden afgeleid dat de VOF bij het sluiten van de koopovereenkomst heeft gedwaald over de hoedanigheid van de kampeerwagen. Deze dwaling is te wijten aan ‘een inlichting’ van [gedaagde] (via [naam handelaar] ), die er op neer kwam dat de koopovereenkomst betrekking had op een gewone (niet omgekatte) kampeerwagen. Als de VOF had geweten dat de kampeerwagen was omgekat, had zij de koop niet gesloten. De VOF heeft de koopovereenkomst daarom mogen vernietigen op grond van artikel 6:228 lid 1 sub a BW Pro.
Gevolgen
4.9.
De primaire vorderingen zullen worden toegewezen.
4.10.
De VOF maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Er is een juiste bik brief gestuurd en het gevorderde bedrag van € 915,00 is conform het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Dit bedrag zal daarom worden toegewezen.
4.11.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van de VOF als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
107,22
- griffierecht
1.384,00
- salaris gemachtigde
746,00
(2,00 punten × € 373,00)
Totaal
2.237,22
4.12.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] ter zake de kampeerwagen met kenteken 92-VDV-9 rechtsgeldig heeft vernietigd;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 14.000,00 bij wijze van ongedaanmaking van de betaling van de koopsom door de VOF aan [gedaagde] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3.
ontzegt ten dele de werking van de vernietiging in die zin dat [eiser] de kampeerwagen niet in bezit hoeft te stellen van [gedaagde] en niet het kentekenbewijs hoeft over te schrijven op naam van [gedaagde] ;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan de VOF de buitengerechtelijke incassokosten van € 915,00 te betalen;
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 2.237,22;
5.6.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2022.