ECLI:NL:RBGEL:2022:5781
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting crisismaatregel Wvggz wegens ontbreken onmiddellijk dreigend nadeel
De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel Wvggz ten aanzien van betrokkene, die bekend is met schizofrenie en medicatie gebruikt. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, haar moeder en meerdere psychiaters gehoord. Betrokkene gaf aan onrechtvaardig behandeld te zijn en conflicten te hebben met een buurman die haar zou provoceren.
De advocaat stelde dat betrokkene kortdurend verward was door medicatiewisselingen en bijwerkingen, maar niet psychotisch is en dat het onmiddellijk ernstig nadeel niet meer actueel is. Psychiatrische deskundigen gaven aan dat betrokkene mogelijk nog psychotisch kan zijn, met agressie voortkomend uit een psychotische ontregeling, mede beïnvloed door medicatie.
De moeder bevestigde deels de situatie met de buurman, maar maakte zich zorgen over de rust en structuur die betrokkene nodig heeft. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is komen vast te staan dat betrokkene gedrag vertoont dat leidt tot onmiddellijk dreigend nadeel. De tijdelijke ontregeling is mogelijk te verklaren door medicatiebijwerkingen. Betrokkene was tijdens de zitting geagiteerd maar coherent en gaf aan provocerend gedrag te zullen negeren.
De rechtbank wees het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af, maar benadrukte het belang van nauwe samenwerking met ambulante hulpverlening en het vinden van een nieuw medicatie-evenwicht. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel Wvggz is afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend nadeel.