Uitspraak
[eiser]
Rechtbank Gelderland
Op 6 mei 2021 merkte eiser wateroverlast door een lekkende dakgoot en schakelde hij de glazenwasser in voor het schoonmaken hiervan. De glazenwasser constateerde een verstopping bij de regenpijp en verwijderde deze, waarna bleek dat de regenpijp lekte. De glazenwasser gaf aan geen reparaties te verrichten aan regenpijpen. Eiser liet de regenpijp later repareren en stelde dat door de lekkage vochtschade in zijn woning was ontstaan.
Eiser vorderde schadevergoeding en kosten van de glazenwasser, stellende dat deze aansprakelijk was voor de schade. De glazenwasser betoogde dat de opdracht beperkt was tot schoonmaakwerkzaamheden en dat zij niet tekort was geschoten. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht en niet van aanneming van werk, en dat de glazenwasser de opdracht correct had uitgevoerd.
Het deskundigenrapport kon niet met zekerheid vaststellen dat de glazenwasser de regenpijp had beschadigd; mogelijk was de verbinding al los. De stelling van eiser dat de glazenwasser de dakgoot had verbogen werd niet onderbouwd en bleef buiten beschouwing. Ook was geen waarschuwingsplicht geschonden.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten. De glazenwasser werd niet aansprakelijk gehouden voor de lekkage en de daaruit voortvloeiende schade.
Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wegens lekkage regenpijp wordt afgewezen.