De rechtbank Gelderland behandelde een verzoek tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar voor een cliënt met een psychogeriatrische aandoening en paranoïde schizofrenie. De cliënt verzet zich tegen het verblijf en ontkent problemen, terwijl de instelling en familie zorgen uiten over haar gezondheid en zelfzorg.
Tijdens de mondelinge behandeling werden de curator, cliënt met haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, een verzorgende en familie gehoord. De specialist en verzorgende beschreven ernstige verwaarlozing en weigering van hulp door cliënt, terwijl familie de noodzaak van zorg benadrukte.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan een neurocognitieve stoornis met ernstige risico's op verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ziektebeeld en de zorgbehoefte is verblijf noodzakelijk en minder ingrijpende alternatieven ontbreken.
De rechtbank besloot de machtiging te beperken tot zes maanden, zodat cliënt onderzocht kan worden door een psychiater om mogelijke verbeteringen te beoordelen. De machtiging geldt tot 17 april 2023. Het verzoek tot een langere duur werd afgewezen.