ECLI:NL:RBGEL:2022:6217
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tarief overdrachtsbelasting bij verkaveling voormalige woning
Eiseres en haar echtgenoot hebben in 2020 een kavel gekocht waarop voorheen een woning stond, die was gesplitst in meerdere kavels. De vraag was of deze kavel kwalificeert als woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbr), zodat het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting van toepassing zou zijn.
De rechtbank overweegt dat het tarief van 2% alleen geldt voor onroerende zaken die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning. De voormalige woning was gesplitst in negen kavels, waarbij de woning deels op meerdere kavels lag. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kavel die zij heeft verkregen zelfstandig als woning kan worden aangemerkt. De verkaveling en afzonderlijke verkoop hebben ertoe geleid dat de kavels geen woning meer zijn.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad over de objectieve maatstaf voor het begrip woning en benadrukt dat het gebruik ten tijde van verkrijging niet relevant is. Omdat de kavel geen zelfstandige woning is, is het reguliere tarief van 6% terecht toegepast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het reguliere tarief van 6% overdrachtsbelasting is terecht toegepast.