ECLI:NL:RBGEL:2022:6386
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met afwijzing proceskostenvergoeding
Eiseres, eigenaar van een benedenwoning uit 1906 met een bruto-inhoud van circa 251 m3 en tuin, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €247.000 voor het belastingjaar 2021. Zij stelt een lagere waarde van €225.000 voor en voert inhoudelijke en formele beroepsgronden aan, waaronder het gebrek aan inzichtelijkheid van de gebruikte indexeringspercentages.
Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, onderbouwt de vastgestelde waarde met een taxatierapport van een erkende taxateur, waarin de woning wordt getaxeerd op €261.000. De taxatie is gebaseerd op drie vergelijkingsobjecten die qua ligging, type en bouwjaar vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht. De rechtbank acht de onderbouwing voldoende en oordeelt dat verweerder aan de bewijslast heeft voldaan.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het gebruik van nieuwe vergelijkingsobjecten in beroep toegestaan is en dit niet leidt tot een vergoeding. Ook het bezwaar over de onduidelijkheid van de indexeringspercentages wordt verworpen, aangezien verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de gehanteerde percentages en eiseres geen concrete onjuistheden heeft gesteld.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot het toekennen van proceskostenvergoeding. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.