ECLI:NL:RBGEL:2022:6389
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Arnhem
Eiser, eigenaar van een bovenwoning uit 1935 te Arnhem, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van € 233.000 voor het belastingjaar 2021 en vordert een lagere waarde van € 220.000. Hij voert onder meer aan dat de indexeringspercentages onduidelijk zijn en dat correcties voor VvE-reserves niet inzichtelijk zijn gemaakt.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatierapport waarin een waarde van € 249.000 is vastgesteld aan de hand van drie vergelijkingsobjecten die qua ligging, type en bouwjaar vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder hiermee aan zijn bewijslast heeft voldaan.
De rechtbank wijst het taxatierapport van eiser af omdat daarin onvoldoende inzicht wordt gegeven in de wijze van waardebepaling en correcties. Ook de stelling dat de correctie voor voorzieningen te laag is, wordt verworpen op basis van de toelichting van de taxateur.
Ten aanzien van de VvE-reserves oordeelt de rechtbank dat het ontbreken van inzage in de bezwaarfase geen reden is voor een proceskostenvergoeding, omdat hierover tijdens het hoorgesprek geen verzoek is gedaan.
De beroepsgrond over de indexeringspercentages wordt afgewezen omdat eiser erkent dat het gebruikte percentage juist is en het belang bij deze grond ontbreekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.