ECLI:NL:RBGEL:2022:6417
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vastgestelde WOZ-waarde van benedenwoning
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar benedenwoning uit 1924, gelegen aan een adres, voor het belastingjaar 2021. Zij stelde een lagere waarde van €315.000 voor en voerde inhoudelijke en formele bezwaren aan, waaronder onduidelijkheid over indexeringspercentages en correcties voor VvE-reserves.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde van €360.000 met een taxatierapport waarin de woning werd gewaardeerd op €387.000, gebaseerd op drie vergelijkingsobjecten die qua ligging, type en bouwjaar vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan de bewijslast had voldaan en dat de stellingen van eiseres onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank verwierp ook de formele gronden voor proceskostenvergoeding, omdat de gemaakte opmerkingen geen belang hadden voor de waardebepaling en verweerder voldoende inzicht had gegeven in de gehanteerde methoden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.