Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 6 oktober 2022,
- de schriftelijke reactie van de rechter van 11 oktober 2022 en
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op
Rechtbank Gelderland
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een kort gedingprocedure, stellende dat de rechter partijdig zou zijn door het toelaten van een conclusie van antwoord in reconventie, wat volgens haar niet was toegestaan volgens het procesreglement en leidde tot procesongelijkheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid en de geldende procesregels. Uit het procesreglement volgt niet dat een conclusie van antwoord in reconventie schriftelijk uitgesloten is, en het is gebruikelijk dat standpunten ter zitting worden uitgewisseld. De kamer oordeelde dat de procesbeslissing niet onbegrijpelijk was en geen aanwijzing gaf voor partijdigheid.
Verder bleek dat verzoekster onvoldoende kenbaar had gemaakt dat zij meer tijd nodig had om te reageren, en zij koos ervoor direct te wraken zonder af te wachten of zij alsnog gelegenheid zou krijgen tot nadere onderbouwing. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.