ECLI:NL:RBGEL:2022:6444
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herinvesteringsreserve voor melkveefosfaatrechten als bedrijfsmiddel in fiscale procedure
Eiser exploiteert een vleesvarkenshouderij gecombineerd met jongvee-opfok en akkerbouw en kreeg in 2018 melkveefosfaatrechten toegekend. Hoewel eiser de rechten grotendeels in 2018 heeft verkocht, was er volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat hij aanvankelijk de intentie had de melkveehouderij uit te breiden. De fosfaatrechten kwalificeren daarmee als bedrijfsmiddel.
Verweerder stelde dat alleen de benutting van 10% van de fosfaatrechten als bedrijfsmiddel kon gelden, maar de rechtbank oordeelde dat ook de onbenutte rechten onder de herinvesteringsreserve vallen. De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar, stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning op nihil vast en corrigeerde het ondernemersverlies.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek van verweerder om uitstel van de zitting af, omdat de box 3-problematiek onvoldoende zwaarwegend was. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. De uitspraak kan worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat melkveefosfaatrechten bedrijfsmiddelen zijn en dat een herinvesteringsreserve kan worden gevormd, waardoor de aanslagen inkomstenbelasting en ZVW worden verminderd.