Op 9 juli 2014 werd bewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende wegens problematische schulden, met OBIN B.V. als bewindvoerder. De kantonrechter stelde vast dat de bewindvoerder onvoldoende had gedaan om de rechthebbende tijdig naar een schuldhulpverleningstraject te leiden, ondanks dat het bewind al sinds 2014 liep.
Tijdens een zitting in mei 2022 kon de bewindvoerder niet overtuigend uitleggen waarom pas in 2020 een aanvraag voor schuldhulpverlening was ingediend. Ook werd niet voldaan aan de verplichting tot het tijdig indienen van de vijfjaarlijkse evaluatie. De bewindvoerder erkende dat het beheer in het verleden niet goed was uitgevoerd.
Gezien deze tekortkomingen en het niet nakomen van toezeggingen, besloot de kantonrechter de bewindvoerder ambtshalve te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. Tevens werd een beloning vastgesteld en de verplichting opgelegd om in 2026 opnieuw een vijfjaarlijkse evaluatie in te dienen.