ECLI:NL:RBGEL:2022:6593
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond tegen onrechtmatige DNA-afname door opsporingsambtenaar zonder geldige geïnformeerde toestemming
De veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen de wijze van DNA-afname, stellende dat deze niet door een bevoegd persoon was uitgevoerd en dat hij geen geldige toestemming had gegeven. De rechtbank oordeelt dat de afname van wangslijmvlies door een opsporingsambtenaar alleen is toegestaan indien de veroordeelde daarmee instemt en dat de communicatie over deze toestemming in een taal moet plaatsvinden die de veroordeelde verstaat.
Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde de Nederlandse taal niet machtig is en dat geen tolk aanwezig was bij de afname op Schiphol. Hierdoor is niet gewaarborgd dat de veroordeelde zijn rechten en de consequenties van de afname heeft begrepen, waardoor geen sprake is van informed consent.
De rechtbank concludeert dat de DNA-afname niet conform de wettelijke vereisten heeft plaatsgevonden en verklaart het bezwaar gegrond. De officier van justitie wordt bevolen het afgenomen celmateriaal terstond te vernietigen.
Uitkomst: Bezwaar gegrond verklaard wegens ontbreken van geldige toestemming bij DNA-afname; celmateriaal moet worden vernietigd.