Eiseres exploiteert een tuincentrum waar zij trays frisdrank verkoopt. Het college weigerde de omgevingsvergunning omdat deze verkoop in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en de detailhandelsvisie. De rechtbank oordeelt dat de verkoop van frisdrank niet past binnen de definitie van tuincentrum en daardoor strijdig is met het bestemmingsplan, waarvoor een vergunning vereist is.
De rechtbank stelt echter vast dat de detailhandelsvisie niet van toepassing is op de uitbreiding van het assortiment van een bestaande winkel buiten de aangewezen winkelgebieden. De weigering op grond van strijdigheid met de detailhandelsvisie is daarom onterecht en kan niet aan het besluit ten grondslag liggen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken opnieuw te beslissen, waarbij het college de aanvraag moet toetsen aan een goede ruimtelijke ordening. Tevens veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.