De rechtbank Gelderland behandelde een geschil over de nalatenschap van een overleden moeder en de verdeling van een woning en roerende zaken.
De eiseres in reconventie vorderde levering van de woning die zij stelde te hebben gekocht, maar de rechtbank wees dit af vanwege het ontbreken van een schriftelijke koopovereenkomst en het feit dat moeder niet zelfstandig kon verkopen. De woning maakte deel uit van een huwelijksgoederengemeenschap en was mede-eigendom van de kinderen.
De rechtbank bepaalde dat de woning en andere onroerende zaken verkocht moeten worden tegen marktwaarde, waarbij een makelaar wordt ingeschakeld. De huidige gebruikster van de woning, tevens deelgenote, werd veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en tot betaling van een gebruiksvergoeding en kosten.
Verder werd een regeling getroffen voor de inventarisatie en verdeling van de roerende zaken, waarbij partijen gelegenheid krijgen hun voorkeuren en biedingen kenbaar te maken. De kosten van de procedure worden gecompenseerd zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
De uitspraak bevat tevens dwangsommen om naleving van de veroordelingen af te dwingen.